Oude Muziek

Cypriaan de Rore en de Vlaamse polyfonisten

Cypriaan de Rore is een van de belangrijkste componisten in de geschiedenis van het madrigaal, het belangrijkste wereldlijke genre in de tweede helft van de 16e eeuw in Italië. Deze zeer expressieve stijl werd niet enkel beïnvloed door de Franse chansons zoals Jean Japart's Jay pris amours en het beroemde Doulce memoire van Pierre Sandrin, maar ook door de polyfone stijl van de motetten gecomponeerd door Franco-Vlaamse componisten zoals Alexander Agricola, Josquin des Prez en Giovanni Perluigi da Palestrina. Cypriaan de Rore werd geboren in Ronse, een kleine stad in Vlaanderen. Samen met andere noorderlingen zoals Adriaan Willaert versmolt hij de contrapuntische Vlaamse polyfone stijl met de Italiaanse poëtische teksten tot een ​​zeer expressief seculier genre. De madrigalen gebruiken vaak ernstige teksten, zoals Petrarca’s Signor mio caro. De Rore probeerde de emotie en de wisselende stemmingen in elke regel van dit gedicht tot uitdrukking te brengen door middel van imitatie en canonische techniek, dalende en stijgende melodielijnen en een zorgvuldig uitgekozen verhouding tussen melodie, tekst en ritme.

“Signor mio caro, ogni pensier mi tira
devoto a veder voi, cui sempre veggio:
la mia fortuna, or che mi pò far peggio?
mi tene a freno, et mi travolge et gira.
Poi quel dolce desio ch’Amor mi spira
menami a morte, ch’i’ non me n’aveggio;
et mentre i miei duo lumi indarno cheggio,
dovunque io son, dì et notte si sospira.”

“My dear lord, every thought in me,
as always, with devotion, turns to seeing you,
but fate holds me (what more could she do to me?)
reined in, and twists me round and round.
Then sweet desire that Love breathes into me
leads me to death, so that I barely feel it:
and between my two guiding lights I cry out,
wherever I am, day and night, sighing so.”

Programma

Alexander Agricola (ca. 1450-1506)

Magnificat

Cypriaan de Rore (1515/16-1565)

Anchor che col partire

Cypriaan de Rore (1515/16-1565)

Io cantarei d’amor

Pierre Sandrin (1490-1561)

Doulce memoire

Adriaan Willaert (ca. 1488-1562)

Petite camusette

Adriaan Willaert (ca. 1488-1562)

Vecchie letrose

Pierre Attaignant (ca. 1494-1552)

Tourdion – Quand je bois du vin clairet

Anonymus (16de eeuw)

Tsou een meysken gaen om wijn

Cypriaan de Rore (1515/16-1565)

Signor mio caro, Carità di signore

Jean Japart (1474-1507)

Jay pris amours

Giovanni Perluigi da Palestrina (1525-1594)

Ricercar de terzo tuono

De Kunst van de Imitatie

De theorieën van imitatie en expressie behoren tot de meest essentiële elementen in de geschiedenis van de westerse muziek. In hun programma De Kunst van de Imitatie neemt het Delle Donne Consort het publiek mee op een muzikale reis doorheen het 15de tot 18de eeuwse Europa, langs composities gebaseerd op de kunst en de principes van imitatie.

Onze reis begint met een chanson uit Frankrijk, gecomponeerd door Ninot le Petit. De dubbele canon L’ort villain jaloux is een geweldig voorbeeld van de expressieve Franse chanson-stijl waarbij de muziek de tekst beschrijft door middel van woordschildering. De volgende Frans-Vlaamse componist is Alexander Agricola, geboren in Gent, maar actief in Italië en Frankrijk. Zijn Jam fulsit sol de sidere begint als een canonieke fanfare, die de heiligheid en de heerlijkheid van Maria vertegenwoordigt.

Jacob Obrecht en Heinrich Isaac brengen ons bij de volgende generatie Frans-Vlaamse polyfonisten. Obrecht’s Rompeltiers is gebaseerd op een volksmelodie, een speels provocerend liefdeslied over een vrouw die niet bij haar man is en een kans ziet om met iemand anders te 'rommelen'. Heinrich Isaac was één van de meest productieve componisten van zijn tijd. Hij was actief in Italië, waar hij werkte voor de grote Medici-familie, en was hofcomponist van koning Maximiliaan I van Oostenrijk. Zijn A la battaglia werd in 1487 geschreven voor de viering van de Florentijnse overwinning en symboliseert de strijd tussen Genua en Florence voor het Sarzanello-kasteel.

Vervolgens komen we aan bij Orlando di Lasso, een andere Frans-Vlaamse componist die ook in Italië woonde en werkte. Als een van de belangrijkste componisten van de Renaissance, net zoals Palestrina, verwezenlijkt hij het laatste hoogtepunt van dit tijdperk. De verscheidenheid van zijn composities is enorm: hij componeerde zowel heilige als wereldlijke muziek, zowel eenvoudige liederen en meesterwerken met contrapunt. Het stuk Iniquos Odio Habui, dat gebaseerd is op een psalm, schildert zorgvuldig de karakters van de tekst door muzikale figuren te gebruiken die de woorden benadrukken. Ook was Lasso, altijd iets nieuws en extreems proberend, een van de eerste componisten die experimenteerden met chromatiek.

Laten we even een stap terug in de tijd nemen en naar Engeland gaan, waar de componisten Hugh Ashton en James Harding werkten en woonden. Hugh Ashton, een Engelse kerkganger, componeerde Hugh Ashton's Maske op een ground. Deze ground wordt gespeeld door de bas terwijl de drie bovenste stemmen variaties op het thema spelen. Ze lijken lyrisch of ritmisch, soms met mooie dissonanten die voortkomen uit de verschillende lijnen van de stemmen. De beweging neemt steeds meer toe, vooral wanneer de bas zijn thema verlaat en zelf een variatie speelt. De laatste twee variaties zijn sneller en ritmischer geschreven maar eindigen nog steeds in een harmonische samenklank. We beëindigen het Engelse hoofdstuk met twee prachtige fantasia’s van James Harding, die het imitatieprincipe met expressieve motieven ontwikkelen.

We keren terug naar het Europese vasteland via Spanje. De motetten van Francisco Guerrero zoals Dulcissima Maria behoren tot de essentiële elementen van de grootste Spaanse polyfonie. Ze worden voorafgegaan door de uiterst succesvolle organist Antonio de Cabezón's variatie op het populaire lied El canto la Dama le Demanda (lied van de veeleisende vrouw), één van de vroegste hoogtepunten van dit genre.

Onze reis eindigt in Duitsland met Samuel Scheidt, de eerste internationaal erkende Duitse componist voor orgel, en Johann Sebastian Bach die wordt beschouwd als de grootste en belangrijkste componist aller tijden. Behoeft deze laatste nog een introductie?  

Programma

Ninot le petit (ca. 1500-1520)

L’ort villain jaloux

Alexander Agricola (ca. 1450-1506)

Jam fulsit sol de sidere

Jacob Obrecht (ca. 1457-1505)

Rompeltier

Heinrich Isaac (ca. 1450-1517)

A la battaglia

Orlandus Lassus (1532-1594)

Iniquos odio habui, LV 233

Giovanni Perluigi da Palestrina (1525-1594)

Ricercar de sesto tuono

Hugh Ashton (ca. 1485-1558)

Hugh Ashton’s Mask

James Harding (ca. 1560–1626)

Two fantasias a 4

Francisco Guerrero (1528-1599)

Dulcissima Maria

Antonio de Cabezón (1510-1566)

Diferencias sobreel canto de ‘La Dama le demanda’

Samuel Scheidt (1587-1654)

Fantasia a 4 voci super Io son ferito ahi lasso – SSWV 103

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Contrapunctus I, BWV 1080